Franciscus

Franciscus wordt in 1182 geboren. Zijn vader, Pietro di Bernardone, is een rijke koopman.  Aan het eind van twaalfde eeuw breekt in Assisi een burgeroorlog uit. De adel  vlucht naar het nabijgelegen Perugia, dat Assisi de oorlog verklaart.  Franciscus zit een jaar als krijgsgevangene vast in Perugia. Hier begint zijn  bekeringsproces dat uitloopt op radicale navolging van Christus en een leven  zonder bezit aan de zijde van de minstbedeelden. Na zijn gevangenschap keert  hij terug naar Assisi. Lange tijd is hij ziek.

Aangesproken door Christus als de Gekruisigde, trekt Franciscus rond. In 1205  ontmoet hij een melaatse in wie hij Christus meent te herkennen. Dit is het  beslissende moment van zijn bekering. Hij raakt in conflict met zijn vader, doet afstand van alles wat hij heeft en trekt rond om de vrede van het Evangelie te verkondigen en de wanverhouding tussen rijk en arm te doorbreken. In 1208 sluiten enkele mannen zich bij hem aan. Franciscus krijgt in 1209 pauselijke steun voor een eerste leefregel ten  behoeve van de beweging die rond hem ontstaat. Omdat Franciscus en zijn volgelingen naar Christus’ voorbeeld in radicale armoede leven, noemen ze zich ‘minderbroeders’, broeders van de ‘minderen’, de armen.

Franciscus zet zich onvermoeibaar in voor de vrede van Christus. Hij schrijft  er brieven over aan machthebbers. In 1219 reist hij naar Egypte, waar hij sultan Melek al Kamil de boodschap van de vrede brengt temidden van het strijdgewoel van de kruistochten.
In 1212 komt Clara als eerste vrouw bij de nieuwe beweging. Vijf jaar later besluiten de minderbroeders te gaan missioneren  buiten Italië. Paus Honorius hecht in 1223 zijn goedkeuring aan de definitieve regel van de minderbroeders.

Tijdens een veertigdaags vasten in 1224 ontvangt Franciscus de ‘stigmata’, de  wondtekenen van Christus. Zijn gezondheid is slecht. Hij houdt zijn laatste preektocht en dicht het Zonnelied, het loflied van de schepselen. Franciscus sterft op 3 oktober 1226 in Assisi en wordt de volgende dag in de kerk San Giorgio begraven. Paus Gregorius IX verklaart hem in 1228 heilig. Twee jaar later wordt zijn lichaam overgebracht naar de speciaal voor hem gebouwde San Francesco in Assisi.