Overweging van Vandaag – Fer Van der Reijken

p0oor

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Hoeveel staat er bij u op uw spaarbankboekje? Ho! Niet meteen gaan antwoorden hoor, want ik haast me er nog bij te zeggen dat ik uw spaarbankboekje bij God bedoel. Hoeveel staat er op uw goddelijke spaarbankboekje? Dat is de vraag die bij me opkomt n.a.v. het einde van het Evangelie van vandaag, waar Jezus zegt dat je rijk kunt zijn bij God. “Rijk zijn bij God,” vier woordjes, vier intrigerende woordjes. Rijk bij God, wat zou dat kunnen zijn?

 

Ruzie maken over de erfenis hoort daar blijkbaar niet bij. Daarmee opent het Evangelie. We zien weer hoe actueel het Evangelie is want ruzie maken over de erfenis is tot in onze dagen een populaire bezigheid. Daar wordt door mensen flink in geïnvesteerd(!). Hele veldslagen worden er geleverd over geld en goed van een al dan niet dierbare overledene. Maar dat staat blijkbaar erg ver af van het ‘rijk zijn bij God’, want Jezus wil er helemaal niets over zeggen, als een omstander Hem naar zijn mening vraagt.

 

En dan komt er een rijke man in beeld, met een land dat een grote korenoogst gaat opleveren. De schuren die hij heeft zijn blijkbaar niet groot genoeg om die grote oogst te kunnen bergen en hij neemt zich voor grotere te bouwen. En daar is toch niks mis mee? Dit is een verstandig man, praktisch en vooruitkijkend. Zou het een Nederlander zijn geweest? We staan nl. nogal bekend als een spaarzaam volkje. Die man ziet het al helemaal voor zich: straks heeft hij grote schuren, volgeladen met oogst en volop de tijd om uit te rusten, te eten en te drinken, kortom van het leven te genieten. Een heerlijke toekomst staat hem te wachten. Ook heel actueel denk ik. Hoe vaak niet hoor je mensen zeggen: “We hebben het hartstikke druk, maar nog een jaar, dan gaat hij met pensioen en dan gaan we ervan genieten.”

 

Maar dan komt er die kritische noot van Jezus: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit – al is dit nog zo overvloedig – kan uw leven veilig stellen.” Waarmee Jezus het feestje van de man behoorlijk verpest. Eigenlijk leeft deze zogenaamd rijke man in een grote zeepbel. Om meerdere redenen.

 

De man is alleen maar met zichzelf bezig. Hij praat alleen over ‘ik’, tot zes keer toe: ik, ik, ik! Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte genoeg, dit ga ik doen, ik breek mijn schuren af, ik bouw grotere schuren. Met als egocentrisch hoogtepunt: “Dan zeg ik tot mezelf: rust uit, eet en drink en geniet ervan!”

Deze man leeft volstrekt geïsoleerd. ‘Isola’ betekent eilandje. Geïsoleerd, levend op een eiland. Heeft deze man dan geen vrouw, geen kinderen, geen vrienden of armen om zich heen?

 

En nog iets anders. In de griekse tekst staat er tot drie keer toe het woordje ‘psychè’ en dat betekent ‘ziel’. De man zegt eigenlijk: “Ik zal tot mijn ziel zeggen; ziel je hebt grote rijkdommen.” En later zegt God in het verhaal: “Dwaas nog deze nacht wordt je ziel opgeëist.” In de Bijbel staat het woordje ziel voor wie jij als mens bent. Ziel is jouw persoonlijkheid. Het probleem van deze man is dat hij al wie en wat hij is heeft vastgeklonken aan zijn schuren vol oogst. Deze man is, door zijn eigen kijk op het leven, niet meer dan zegmaar een grote zak euromunten. En dat terwijl de ziel, al wie en al wat we zijn, ons geschonken is door God en daarmee veel rijker is dan materieel gewin!

 

Er staat nóg iets in de tekst waar we geneigd zijn overheen te lezen. Mensen zijn sterfelijke wezens en God is dat niet. Daarom gebruikt de bijbel voor de mens vaak het woordje ‘dag’ als tijdmaat en voor God het woordje ‘jaar’. We kennen de uitdrukking ook, vaak uit de mond van oude mensen: “Ik ben nog maar een mens van een dag.” Maar in de tekst lezen we dat de man zegt: “Je hebt nu een grote rijkdom liggen, voor lange jaren, dat staat er: voor lange jaren. Rust uit, eet en drink en geniet ervan.” M.a.w. deze man meet zichzelf goddelijke allures aan. Alsof hij onsterfelijk zou zijn.

 

Kortom, deze man is arm bij mensen en ook arm bij God. Zijn leven is helemaal gefocussed op zijn rijkdom en andere mensen komen in zijn verhaal niet voor. Je bent arm als je geen contact hebt met arme mensen om je heen. Hij ziet zijn volle schuren en zijn hele leven als zijn bezit, zijn eigendom… en dat is helaas een illusie, een zeepbel, die wel uiteen moet spatten. Want de dag komt dat hij zich moet realiseren: “In een doodshemd zitten geen zakken.”

 

Hoe kunnen we nu rijk worden bij God? Het recept is blijkbaar eenvoudig: genieten – met volle teugen – van al het mooie en goede dat u en mij in ons leven ten deel valt en anderen daarin laten delen. En als we dan genieten… van een sappige perzik, van een mooie bos bloemen, van heerlijke vakantiedagen, van spelende kleinkinderen, van ontroerende staaltjes medemenselijkheid, laten we dan de Grote Gever van al dit goeds niet uit het oog verliezen.

 

Tenslotte, elke avond om tien voor tien zitten we als broeders boven op het oksaal, achter het orgel, en dan bidden we nog tien minuten om God te bedanken voor alle goede gaven van de voorbije dag. In deze zogenaamde ‘dagsluiting’ geven we de dag met alle zegeningen terug aan God, die Eigenaar en Gever is van al wat bestaat. Misschien is het ook iets voor u om ’s avonds te doen voor het slapen gaan? Gaandeweg, avond na avond en jaar na jaar, wordt er zo een goddelijk spaarbankboekje gevuld, worden we rijk en rijker bij God. En dan is God de grote Bankier die aan het begin van de volgende dag weer klaar staat met vele nieuwe zegeningen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .