Twaalfde zondag door het jaar (jaar c)

imagesCA83IRG5

1e lezing Zach., 12, 10-11

Uit de Profeet Zacharia
Zo spreekt de Heer: ‘In die dagen zal Ik over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem een geest ven welwillendheid en gebed uitstorten, zodat zij zullen opzien naar Hem die zij doorstoken hebben; zij zullen over Hem treuren als over een enig kind, als over een eerstgeborene om Hem schreien. Op die dag zal het rouwbetoon in Jeruzalem even groot zijn als over Hadad-Rimmon in de vlakte van Megiddo.’

Tussenzang Ps., 63 (62)., 2, 3-4, 5-6, 8-9

Refrein: Naar U dorst mijn ziel, Heer, en hunkert mijn hart.

God, mijn God zijt Gij,
ik zoek U met groot verlangen.
Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart
als dorre akkers naar regen.

Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,
beschouw ik uw macht en uw glorie.
Meer waard dan het leven is mij uw genade,
mijn mond verkondigt uw lof.

Ik zal U prijzen zolang ik leef,
mijn handen uitstrekken naar U.
Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,
mijn mond zal U jubelend danken.

Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,
ik koester mij onder uw vleugels.
Met heel mijn hart houd ik vast aan U,
het is uw hand die mij steunt.

2e lezing Gal., 3, 26-29

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters,
Gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. De doop heeft u alleen met Christus verenigd, gij hebt Hem aangetrokken als een kleed. Er is nu geen sprake meer van Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw; allen tezamen vormt gij één persoon in Christus Jezus. Maar als gij bij Christus hoor,t dan zijt ge ook Abrahams nageslacht, en dus erfgenamen krachtens de belofte.

Evangelie Lc., 9, 18-24

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus eens allen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?’ Zij antwoordden: ‘Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia; en weer anderen: een van de oude profeten is opgestaan.’ Hierop zeide Hij tot hen: ‘Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?’ Nu antwoordde Petrus: ‘De gezalfde van God.’ Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen. ‘De Mensenzoon, – zo sprak Hij – moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.’ Maar tot allen sprak Hij: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.’

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s