VIGILIE PINKSTEREN 2013 – Zr. Emmanuël osc

pinkstern

In tegenstelling tot wat de opsomming van de negen deugden doet vermoeden, schrijft Paulus hier in enkelvoud. Hij spreekt niet van vruchten, maar van de vrucht van de Geest. Waar onze zelfzucht ons innerlijk verdeelt en verstrooit, is er in de Geest slechts eenvoud, eenheid. Zo werkt de Geest. Laten we die negen deugden, die negen partjes van de vrucht, eens nader bekijken.
De eerste deugd die genoemd wordt is liefde. In het Grieks zijn er meerdere woorden voor liefde, met allemaal een eigen, genuanceerde betekenis. Het woord dat hier gebruikt wordt is agapè. Het is het meest voorkomende woord voor liefde in de Bijbel. Agapè is een liefde die niet gebaseerd is op de eigen behoeften, maar die op de ander gericht is. Zij zoekt welwillend wat het beste voor de ander is en laat de ander vrij die liefde te beantwoorden of niet. Het is deze liefde die de Geest in ons hart heeft uitgestort en in ons doet groeien.
De tweede deugd is vreugde, chara. Dit hangt samen met charis, genade, gave. Chara is niet zomaar vrolijkheid of blijdschap, maar vooral een diepe, innerlijke vreugde vanwege Gods genade. Het betekent je bewust zijn van Gods genade en die erkennen met vreugde. Dat kan alleen maar het werk zijn van de Heilige Geest, de Gever van alle gaven.
Vrede. In ons dagelijks spraakgebruik is vrede een toestand van rust, de afwezigheid van oorlog en conflicten. Het Griekse woord – eirènè – brengt ons echter op een dieper spoor: het komt van het werkwoord eiro, verbinden, samenbrengen tot één geheel, tot heelheid. En precies dat gebeurt met Pinksteren: rassen, volken en talen worden samengebracht tot één gemeenschap. Pinksteren is het feest van de eenheid, van de alles ontgrenzende ruimte van de Geest. En zo werkt de Geest ook in ons: uit onze innerlijke verdeeldheid herschept de Geest ons tot mensen uit één stuk.

De vierde deugd is geduld. In sommige vertalingen staat hier lankmoedigheid, wat beter aansluit bij het Griekse woord makrothumia, makrothumos. Makro betekent ‘groot’, thumos ‘adem, moed.’ Letterlijk dus: lang van gemoed zijn, lang(k)moedig. De ‘adem’ verwijst naar de Geest, zoals ook het Latijnse woord voor lankmoedig: longanimus, waarbij animus zowel geest als ziel betekent. Wie bezield is met Gods geest, heeft dus zogezegd ‘een lange adem’.
De vijfde deugd is vriendelijkheid, chrestotes. Wij zijn geroepen om ‘vriendelijk te zijn voor onze vijanden’ en ‘onze vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn.’ Vriendelijkheid roept ook weer het beeld van onze ongemaskerde vriend op. Wanneer wij in ons de vriendelijke aanwezigheid van de Geest gewaarworden, en wij in alle vrijmoedigheid met Hem omgaan als met een vriend, kan het niet anders dan dat onze vriendelijkheid zich ook naar buiten toe toont.
De zesde deugd is goedheid. De betekenis van het Griekse woord agathosune lijkt op het eerste gezicht veel op die van chrestotes,vriendelijkheid. Maar waar vriendelijkheid alleen maar kan helpen, kan goedheid ook discipline en berisping inhouden – om het goede in anderen voort te brengen. Goedheid is actiever, vriendelijkheid meer passief. Goedheid houdt meer in dan een voorbeeldig karakter, het houdt een sterk karakter in dat zichzelf tot uiting brengt in actief goeddoen.

De zevende deugd is trouw, pistis. Het komt van het werkwoord peitho, dat overtuigen betekent. Het wordt ook wel vertaald met geloof of met vertrouwen. Deze drie betekenissen overlappen elkaar en zijn niet duidelijk te onderscheiden. Het gaat in elk geval om trouw, geloof als gave van God. En door wie anders komen wij tot geloof, dan door de Heilige Geest? Niemand kan zeggen ‘Jezus is de Heer’, tenzij door de Heilige Geest. En het is de Geest die in ons bidt (wat een daad is van geloof!) en die ons doet roepen: ‘Abba, Vader!’
De achtste deugd is zachtheid. Het lijkt tegengesteld aan ‘kracht’, maar het tegendeel is waar: het Griekse woord prautès betekent juist ‘zachte kracht’. Kracht die in zwakheid volkomen wordt. De Engelse vertaling van dit woord is gentleness, en laat de Geest nou wel eens voorgesteld worden als een gentleman met betrekking op de wijze waarop Hij in ons werkt! De Geest gaat galant te werk: met tederheid, mildheid, fijngevoeligheid. Hij maakt in ons zacht wat is verstard, opdat ook wij ons galant zouden tonen naar anderen toe – en naar onszelf toe.
De laatste deugd is ingetogenheid. Dit wordt ook wel vertaald met zelfbeheersing of matigheid. Heel letterlijk betekent het Griekse woord ‘meester zijn over jezelf’, ‘zelfcontrole’. Maar dat zou ons op het verkeerde been kunnen zetten, want het gaat de Geest er juist om dat wij ons door Hem laten leiden. Misschien betekent ingetogenheid in dit verband wel dat wij een stapje terug doen en gevoelig worden voor de aanwezigheid van de Geest in ons en in ons leven van alledag. Hij zal ons leren wat de juiste maat is.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op VIGILIE PINKSTEREN 2013 – Zr. Emmanuël osc

  1. Laura Remkes-Noortman zegt:

    Bedankt voor deze ontzettend inspirerende tekst! Ik las het precies op het moment dat ik het nodig had, hier ervaar ik Gods leiding in.
    Dank voor de goede dingen die u doet.
    Vrede en alle goeds,

    Laura Remkes-Noortman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s